donderdag 10 september 2020

‘Leefplezier’ voor Zorggroep Elde Maasduinen

Binnen de verpleeghuizen gelden diverse normen en protocollen, die vooral zijn ontwikkeld om de veiligheid van bewoners te waarborgen en te voorzien in hun medische behoeften. Voor deze kwetsbare mensen, in de laatste fase van hun leven, is positief welbevinden echter minstens zo belangrijk. Inspelen op de verlangens van mensen en hen de ruimte geven om te doen wat zij graag willen doen, dat is wat Leyden Academy beoogt. Onze klant Zorggroep Elde Maasduinen beproeft ‘Leefplezierplan voor de zorg’ in een pilotproject.

In de pilot, ondersteund door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), onderzoekt Leyden Academy wat er gebeurt als je ‘leefplezier’ in de langdurige zorg als uitgangspunt kiest voor kwaliteit.

Onze klant Zorggroep Elde Maasduinen doet mee aan het project ‘leefplezier op locatie’ met de locatie Vita in Rijen. Lieke Sips, sociaal ondernemer van Vita, heeft Sandra Veldhuis (Xsolve), in samenwerking met Infozorg, gevraagd te helpen met dit project. Het ECD Pluriform Zorg wordt aangepast conform 'Leefplezier'. We spreken Sandra over dit project.

Sandra, kun je Zorggroep Elde Maasduinen en locatie Vita even kort introduceren?
Sandra: ‘Zorggroep Elde Maasduinen (ZGEM) is actief op het gebied van ouderenzorg in de regio Midden en Noordoost Brabant. Goede zorg en ondersteuning, een leven van ontmoeting, verbinding en momenten die bijdragen aan levensgeluk, dat is waar Zorggroep Elde Maasduinen voor staat.
Vita is een zorglocatie aan de Regentenstraat in het hartje van Rijen. Vita heeft kleinschalige PG en somatische woongroepen, maar ook appartementen waar mensen zelfstandig kunnen wonen en/of waar ZGEM zorg verleent in de vorm van WLZ of wijkverpleging.’

Kun je iets vertellen over de Pilot?
‘In eerste instantie heeft Leyden Academy een pilot gedraaid met 11 teams op 11 verschillende locaties’, vervolgt Sandra.’ Met Vita en Den Esch uit Varsseveld wordt er opgeschaald naar één volledige locatie. De vragen die daarbij centraal staan in het onderzoek zijn: ‘Wat gebeurt er wanneer je het leefplezier van bewoners als vertrekpunt neemt voor onze ouderenzorglocatie?’ En ‘Hoe zorg je ervoor dat persoonlijke ervaringen een plek krijgen in de verantwoording van kwaliteit?’ De antwoorden hierop geven ons inzicht in hoe met leefplezier te gaan werken en hoe het bijdraagt aan de kwaliteit van de zorg. Op deze manier hopen we met alle betrokken partijen te komen tot een werkbare verantwoording van kwaliteit waarbij leefplezier centraal staat.’

‘Leefplezierplan op locatie’ betreft onder andere scholing van de medewerker door trainers van de Leyden Academy’, aldus Sandra. ’Het Leefplezierplan bestaat uit een aantal ‘luiken’, zoals zij dat noemen. De volgende onderdelen komen hierin terug:

  • Het leren kennen van de cliënt zowel normatief als narratief; Een bewoonster is 83 jaar en is slecht ter been, ze draagt een bril en heeft Parkinson. Ze gebruikt tweemaal daags medicatie en draagt steunkousen. Deze informatie verzamelen en vastleggen is echt nodig, maar kennen we de bewoner dan ook echt? Naast de ‘harde’ gegevens zijn er heel veel ervaringen en gebeurtenissen die bewoners hebben meegemaakt. We leren mevrouw veel beter kennen als we weten dat ze altijd heel hard heeft gewerkt op de boerderij, dol was op het lopen door de wei en altijd druk in de weer is geweest met de dieren op de boerderij.
  • Het doen ‘zorginhoudelijk’ en het doen met ‘leefplezier’; Wat we nu veel zien is dat er vaak veel aandacht is voor de zorg die een bewoner nodig heeft. Maar hoe zorgen we ervoor dat het leven plezieriger wordt? Hoe kunnen we die dagelijkse zorg van de bewoner prettiger maken? Misschien met een muziekje op de achtergrond? Of gewoon even niets.
  • Het zorginhoudelijk verantwoorden en het delen van ervaringen; Wij verantwoorden meestal dat we iets gedaan hebben. ‘Mevrouw is gewassen bij de wastafel’, maar we vertellen er niet bij hoe zij dat ervaren heeft. Tijdens de training wordt hier heel veel aandacht aan besteed. Uiteraard is het zorginhoudelijk verantwoorden nuttig en nodig, maar het delen van ervaringen hoort daar ook bij.
  • Dilemma’s; Waar loop je tegen aan? Mevrouw doucht twee keer in de week, maar ze vindt het echt verschrikkelijk. Vroeger douchte ze ook niet zo vaak. Waarom doen we dat dan eigenlijk? Omdat wij vinden dat dat hoort? Tijdens de training worden dit soort dilemma’s met elkaar besproken.’

‘Eén van de hulpmiddelen waar medewerkers in opgeleid worden om de cliënt echt te leren kennen is de Doodle-me-tool, een hulpmiddel voor zorgverleners om op een speelse manier met iemand in gesprek te komen en inzicht te krijgen in wat voor hem of haar belangrijk is in het leven. Het resultaat van de gesprekken is een bord waarop een collage wordt gemaakt van tekeningen, knipsels, foto’s en beelden uit het verhaal van de oudere.’

Sandra: ‘De eerste doodleborden hangen nu ook al ingelijst in de appartementen van cliënten. Dit biedt voor de zorgmedewerkers een opening om een echt gesprek aan te gaan met de cliënt. De zorgmedewerkers leren op deze manier elke keer iets nieuws van een bewoner.’

Wat hopen jullie dat 'Leefplezier' gaat opleveren?
‘Lieke Sips, sociaal ondernemer van Vita, is erg enthousiast over het Leefplezierplan’, vervolgt Sandra. ‘Zo hoopt ze onder andere dat de manier van rapporteren verandert. Rapporteren is vaak in tekst, ‘Meneer heeft lekker gegeten!’ Maar wanneer je een foto maakt van meneer met in zijn hand een vork met een stukje worst, een vol bord boerenkool en een glimlach rond zijn mond, dan zegt dat zoveel meer dan hele stukken tekst.’

‘Daarnaast worden we ons meer bewust dat we in ons taalgebruik ook vaste teksten hebben. Bijvoorbeeld, de cliënt/bewoner wordt niet meer ‘opgenomen’ maar ‘komt wonen’ bij Vita. We doen geen intake meer, maar we leren de cliënt en bewoner echt kennen. We moeten ons dus ook anders gaan gedragen en anders proberen te denken en praten. Daarnaast hebben we ook ons ECD, Pluriform Zorg, aangepast. We hebben geprobeerd om zo veel mogelijk te schrappen in alles wat ingevoerd moest worden. Ook dit is een grote wens van Lieke en uiteraard ook van de zorgmedewerkers; niet meer registreren om het registreren, geen afvinklijstjes en andere verplichte acties.’

In hoeverre verschilt de ‘Leefplezier’ methode van andere methodieken?
‘Voor de intramurale zorg werkten we conform ‘Omaha System’, maar de zorgmedewerkers van de woongroepen konden hier niet echt goed mee overweg’, aldus Sandra. ‘De zorgplannen waren heel lang en bevatten veel (dagelijkse) zorgacties. Het was echt zoeken om iets terug te vinden in de zorgplannen van waar iemand blij van werd. Wat vindt iemand nu echt leuk om te doen? Of juist niet prettig. Hoe ga je om met een bewoner als hij of zij heel boos wordt, hoe kan je hem of haar goed afleiden? Omaha System is voor de woongroepen te technisch.’

Hoe ondersteunt het ECD, Pluriform Zorg, hierin?
Sandra: ‘We hebben het dossier omgezet van Omaha System naar Leefplezier. Een werkgroep heeft de processen herontworpen en we hebben zoveel als mogelijk geschrapt. We vullen bijvoorbeeld geen checklist risicosignalering in omdat het moet. Uiteraard komen we wel in actie als er sprake is van een risico, het gaat echt om de registratie hieromtrent.

Vanuit de vernieuwde processen hebben we ook gekeken wat er in Pluriform Zorg anders kan. In overleg met Adapcare, maar ook met de functioneel beheerders Renee en Renske van ZGEM. De aanpassingen zijn immers alleen van toepassing voor Vita en niet voor de rest van de organisatie.’

‘In de afgelopen periode hebben we het dossier omgezet van Omaha System naar Leefplezier. Dit is voor de woongroepen al echt een verademing. Het dossier is in Pluriform Zorg in 3 brokstukken opgebouwd:

1. Het leren kennen van de cliënt
De eerste stap draait om het leren kennen van de cliënt via het persoonsbeeld en op basis van een aantal thema’s zoals eten en drinken, je karakter, belangrijke personen in je leven en hobby’s. Daarnaast gaan we het gesprek aan over ‘Dit ben ik’, waarbij we het hebben over bijvoorbeeld de manier waarop je met elkaar omgaat en welke normen je belangrijk vindt.
2. Leefplezierplan opstellen
Vanuit dit ‘leren kennen’ stellen we een ‘Leefplezierplan’ op waarin we zoveel mogelijk kijken naar de thema’s waaruit iemand leefplezier ervaart. We hanteren geen doelen meer, maar omschrijven aandachtspunten, bijv. ‘Ik vind dieren echt heel erg leuk!’ Daarop zetten we als zorgmedewerker een actie: Bijvoorbeeld ‘wanneer er een beestenboelmiddag is, dan mevrouw begeleiden naar deze activiteit’. De dagelijkse zorgmomenten zijn geen onderdeel meer van het plan.
3. Waarmee kunnen wij u helpen?
In Pluriform Zorg zijn dit de ondersteuningspunten en leggen we per dagdeel vast welke persoonlijke verzorgmomenten de bewoner nodig heeft. Denk aan douchen, steunkousen, gebit, gebruik van tillift, make up etc.’

Tussen deze 3 brokstukken hebben we vraagstukken en keuzes, oftewel de dilemma’s. Waar lopen we tegenaan bij een bewoner? En moeten we hier een andere keuze in maken?’

Wat heeft Leefplezier tot nu toe opgeleverd? Voor jullie cliënten? Voor jullie medewerkers?
‘De woongroepen zijn enthousiast. Zij kijken nu veel meer naar wat de bewoner prettig of juist niet prettig vindt. Daarbij is er automatisch minder aandacht voor wat iemand niet meer kan en iemand zijn beperkingen. Daarnaast vinden medewerkers de plannen veel overzichtelijker omdat de persoonlijke verzorgmomenten er niet meer in staan.
Het onderdeel ‘Waarmee kunnen we u helpen’, biedt een heel duidelijk overzicht van de dagelijkse verzorgmomenten die nodig zijn. Voor een invaller is het super makkelijk om snel te lezen wat er moet gebeuren. Tot slot zijn de evaluaties eenvoudiger geworden omdat er niet meer bij elk gebied een meting gedaan hoeft te worden. Om het eenvoudig te houden, gebruiken we korte teksten bij de evaluatievelden. ‘

We krijgen nu veelal terug dat medewerkers door het Leefplezierplan en de ‘waarmee kan ik u helpen’ precies weten om welke bewoner het gaat, zonder dat ze naam van de bewoner zien. Zo liet ik vorige week een voorbeeldplan zien in het collegiaal overleg en Lieke wist exact om wie het ging. Dat is natuurlijk super!’

Hoe zorgen jullie ervoor dat deze methode goed wordt geborgd in de organisatie?
‘Na de zomervakantie gaan de trainingen van Leyden Academy vervolgd worden’, vertelt Sandra tot slot. ‘Door de coronacrisis zijn deze enigszins vertraagd. Binnen Vita zijn diverse zorg- en welzijnsmedewerkers benoemd tot Leefpleziercoach die de train-the-trainer opleiding krijgen van Leyden Academy. De coaches gaan helpen met dossiervoering, huidige en nieuwe medewerkers scholen en uiteraard coachen in Leefplezier!‘

Leyden Academy voert al jaren onderzoek naar ouder worden en kwaliteit van leven van ouderen. Joris Slaets, hoogleraar ouderengeneeskunden directeur van kennisinstituut Leyden Academy on Vitality and Ageing, is de initiatiefnemer van het leefplezierplan van Leyden Academy. www.leydenacademy.nl/leefplezierplan. Infozorg ondersteunt zorgorganisaties op het gebied van informatisering in de zorg. Kijk op www.Infozorg.nl.

Meer weten?

Meer weten over dit onderwerp?

Laat het me weten