maandag 01 februari 2021

10 vragen en antwoorden over het zorgprestatiemodel

Het zorgprestatiemodel (ZPM) is een nieuw model voor prestatiebekostiging in de Geestelijke Gezondheidszorg en Forensische Zorg. De ‘prestaties’ bepalen welke vergoeding een zorgaanbieder krijgt voor de geleverde zorg. Een prestatie is in het nieuwe model bijvoorbeeld een consult of een overnachting in de kliniek. Het model gaat de DBC’s, DBBC’s en ZZP’s die nu binnen de GGZ worden gebruikt vervangen. Wat moet je weten over deze wijziging? Wij hebben de belangrijkste 10 vragen voor je beantwoord.


1. Wat zijn de belangrijkste voordelen van het zorgprestatiemodel ten opzichte van de DBC’s, DBBC’s en ZZP’s?
In de eerste plaats weerspiegelt het model de daadwerkelijk geleverde zorg, controleerbaar door de cliënt. In de tweede plaats is ‘Planning wordt realisatie’ een uitgangspunt van het zorgprestatiemodel. De agenda van de professional wordt hiermee leidend. 


2. Wanneer gaat het zorgprestatiemodel van kracht en wat is de status?
Per 1 januari 2022 is deze financiering van kracht. Alle bestaande zorg in bovengenoemde financieringen worden opgevolgd door het ZPM. Afgelopen december zijn de concept beleidsregels gepubliceerd op zorgprestatiemodel.nl. Ook zijn de concept tarieven door de NZA (Nederlandse Zorg Autoriteit) gepubliceerd.


3. Moet een behandelaar zijn indirecte tijd nog registreren? 
Nee, voor de financiële afhandeling is dit niet noodzakelijk. De kosten van de indirecte tijd zijn verdisconteerd in de directe tijd. De behandelaar reserveert wel nog tijd in zijn agenda om rapportages te schrijven, alleen leidt deze tijd niet tot een declaratie. 


4. Er wordt gesproken over zorgvraagtypering, wat is dit?
De zorgvraagtypering is bedoeld om de zorgbehoefte van de cliënt transparant te maken en geeft een beeld van de zorgzwaarte en inzet van de zorg. Deze wordt ook meegestuurd in de facturatie naar de zorgverzekeraar, maar zonder dat de privacy van de cliënt/patiënt in het geding komt. De zorgvraagtypering is een combinatie van 21 zorgclusters in combinatie met diagnosehoofdgroepen uit DSM V. Een voorbeeld van een zorgcluster is ‘psychische aandoening met lichte problematiek’, de voornaamste diagnosehoofdgroepen daarbij zijn depressie en angst.


5. Wijzigt er iets aan de zorginhoudelijke registratie? 
Ja, voor behandeling geldt dat er naast een diagnose ook een zorgvraagtypering vastgelegd moet worden. Vanuit de Honos-vragenlijst wordt straks een aantal van deze typeringen aan de behandelaar voorgelegd.


6. Ik gebruik meerdere financieringen, wijzigt hiermee de werking?
Het zorgprestatiemodel vervangt in de GGZ een aantal bestaande financieringen zoals DBC GGZ,  DBBC en ZZP.  De werking van zowel de zorginhoudelijke als de administratieve registratie kan hierdoor wijzigen. Voor meer informatie, zie de implementatiechecklist op zorgprestatiemodel.nl.


7. Op basis waarvan worden de tarieven bepaald?
De tarieven in de zorg hangen af van een aantal factoren. Allereerst de setting waarin de zorg is geleverd. Bijvoorbeeld, was het een ambulante setting of werd de zorg binnen de kliniek aangeboden? Ten tweede is het beroep van de zorgprofessional bepalend. Wie heeft de zorg geleverd? En ten derde de soort en de duur van het betreffende consult. Bij deze consulten wordt er onderscheid gemaakt tussen een consult voor diagnostiek, behandeling en groepsconsulten.
Ook kent het zorgprestatiemodel een aantal prestaties die als toeslag op de geleverde zorg kunnen worden geregistreerd. 

8. Ik weet nu wat mijn DBC’s waard zijn, maar hoe verhoudt zich dit tot het ZPM?
De huidige concept tarieven voor het zorgprestatiemodel zijn afgelopen december gepubliceerd. Er  volgen nog tabellen waarmee het mogelijk wordt een simulatie uit te voeren om de verschillen in opbrengsten tussen de DBC’s en het zorgprestatiemodel in beeld te brengen.


9. Verandert er iets aan mijn declaratie?
Ja, het declareren van de zorg binnen de DBC’s kon pas plaatsvinden na 365 dagen of bij beëindiging van de zorg. Het zorgprestatiemodel maakt het mogelijk om periodiek te declareren zoals bijvoorbeeld per maand of per vier weken.


10. Er wordt gesproken over een mogelijke schadelastdip, wat betekent dit?
De meeste GGZ- en FZ-zorg wordt afgerekend via zorgtrajecten, zoals DBC’s, DBBC’s en GB-GGZ-prestaties. Er gelden landelijke regels om die trajecten te vertalen naar schade bij de zorgverzekeraar en omzet bij de zorgaanbieder. Als het zorgprestatiemodel wordt ingevoerd, stappen we in één keer over van trajecten naar prestaties per dag. Dat heeft eenmalig gevolgen voor de omvang van de schade: in 2021 is er een ‘schadelastdip’.

Tot slot – De integratie van het zorgprestatiemodel in Pluriform Zorg
De komende tijd integreren we het zorgprestatiemodel in ons ECD, Pluriform Zorg. We kiezen voor een zorgvuldige registratie van de productieovereenkomsten met de zorgverzekeraars en justitie waardoor we op een intelligente wijze tot een goede cliëntspecifieke afleiding van de productie kunnen komen. Daarmee realiseren we een minimum aan registratie voor de zorgprofessional. 

Meer weten?

Meer weten over dit onderwerp?

Laat het me weten