vrijdag 19 april 2019

De impact van de nieuwe Wet zorg en dwang

Op 1 januari 2020 treedt de Wet zorg en dwang (WZD) in werking. Deze wet regelt de rechten van mensen met een verstandelijke beperking of dementie die onvrijwillige zorg krijgen, thuis of in een zorginstelling. Deze wet vervangt de huidige wet Bopz, die gedwongen opname en dwangbehandeling regelt. Wat betekent deze wetswijziging voor zorgorganisaties?

Prinsenstichting, een zorgorganisatie die zorg en ondersteuning biedt aan mensen met een verstandelijke beperking, heeft al in een vroeg stadium actief nagedacht wat de wetswijziging inhoudt voor hun organisatie. We spraken Maaike Kwantes en Rineke Timmer, beiden stafmedewerker beleidsondersteuning en advisering van Prinsenstichting.

Hoe bereiden jullie je voor op de wetswijziging?

‘Het principe ‘Nee-tenzij’ hanteren we eigenlijk al,’ vertelt Rineke. ‘We zetten alleen vrijheidsbeperkingen in als het echt niet anders kan om gevaar af te wenden. In wezen was dit principe ook al de insteek van de wet Bopz, alleen de Wet zorg en dwang ziet nog meer toe op de naleving en legt het gedetailleerder vast. De nieuwe wet dwingt ons om vaker te reflecteren, alternatieven te bedenken en vraagt ook om externe deskundigen te laten meekijken.’

‘Op dit moment is het voor ons vooral nog zoeken naar hoe we gestalte geven aan de nieuwe eisen van de wet’, vervolgt Maaike. ‘Het vraagt van ons dat we moeten nadenken hoe deze wetgeving aansluit op onze visie en hoe we ons beleid hier op aanpassen. Maar ook hoe we de wetgeving op de juiste manier gaan implementeren in de organisatie.‘

‘Op dit moment zijn we bezig met het opstellen van een beleidsplan. Hieruit rolt het interne scholingsplan, het communicatieplan en een planning waarin staat wat we in welke fase moeten doen. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe werkinstructies en aanpassingen in het cliëntdossier’.

Stappenplan en samenwerking extern deskundigen

Rineke: ‘Volgens de nieuwe wet moet je aan een aantal zaken voldoen, waaronder het stappenplan. Het stappenplan waarborgt dat alle mogelijkheden voor vrijwillige zorg in beeld komen. In de praktijk betekent dit dat op het moment dat vrijwillige zorg niet meer voldoet om ’ernstig nadeel’ af te wenden en onvrijwillige zorg noodzakelijk lijkt, je als zorgprofessionals gelijk het stappenplan gaat volgen met elkaar. Dit houdt o.a. in dat je de minst ingrijpende vorm kiest, een afbouwplan binnen 3 maanden opstelt, zorgvuldig documenteert en evalueert wanneer na 3 maanden geen afbouw bereikt is. Na 6 maanden laat je een extra deskundige meekijken, evalueer je opnieuw en onderzoek je minder ingrijpende alternatieven. Dit geldt zowel voor de lichte als de zware onvrijwillige zorg. Dit vraagt niet alleen wat van je interne overlegstructuur en processen, maar ook dat er werkafspraken meteen externe deskundige gemaakt moeten worden. We zijn daarom nu al in overleg met collega-organisaties in de regio om samenwerkingsafspraken met elkaar te maken en te verkennen wie hierin een rol kan vervullen.’

Nieuwe rollen

Maaike: ‘De wet heeft het over het aanstellen van een interne zorgverantwoordelijke. Dat kan een arts of een gedragsdeskundige zijn binnen je organisatie, maar dit zou ook een begeleider kunnen zijn. Ook vraagt de wet om toezicht en kwaliteitsbewaking door een WZD-deskundige, maar of dit een deskundig arts moet zijn, of dat je dit ook bij een gedragskundige mag neerleggen, is niet helemaal duidelijk. We moeten dus nu al nadenken wie, wat, wanneer gaat doen en op welke manier, terwijl de wetgeving nog niet helemaal rond is.’

De wetgeving in de thuissituatie

Rineke: ‘Voor intramurale cliënten verandert er niet zoveel, maar wel voor de thuissituatie. In de thuissituatie mogen we nu geen onvrijwillige zorg toepassen, dat mag straks onder strikte voorwaarden wel. Onze zorgverleners en cliënten zijn dit nu nog niet gewend. Zo mag je als thuiszorgmedewerker bij een dementerende oudere die thuis woont nu bijvoorbeeld zelf geen bedhek plaatsen. Met het stappenplan mag de thuiszorgmedewerker dit straks wel, maar wordt je door de wetgeving gedwongen om naar alternatieven te kijken. Hier zou bijvoorbeeld uit kunnen komen dat er meer activiteiten overdag aangeboden worden aan de cliënt of dat er gewerkt wordt met een sensor.’

Wat is het effect van de wetswijziging voor zorgprofessionals en cliënten?

Meer bewustwording

Maaike: ‘Hopelijk betekent dit alles dat er straks zo min mogelijk onvrijwillige zorg toegepast wordt en dat er minder snel naar wordt gegrepen. Er zal meer bewustwording ontstaan rondom onvrijwillige zorg zowel bij cliënten, verwanten als zorgverleners. Immers, door het regelmatig evalueren met anderen en het doornemen van het stappenplan wordt je gedwongen om naar alternatieven te kijken.’

‘Ergens is het ook een soort cultuurverandering. We zijn natuurlijk al jarenlang de cliënt een beetje aan het ‘betuttelen’. We doen alles voor de cliënt en willen automatisch alles uit de weg halen om hem zich veilig te laten voelen, maar hierin hebben we natuurlijk wel al die tijd de keuzevrijheid en eigen wil van de cliënt een beetje beperkt. Aan de andere kant zorgt een goede benaderwijze van de zorgprofessional er juist voor dat je een goede verbinding met de cliënt hebt en hij zich veilig en vertrouwd leert voelen. In de basis draagt dit bij aan een goede sfeer waarin hij zelf de regie kan voeren over wat goed voor hem is.’

Administratieve druk

Rineke: ‘Maar, welke wet je er ook op los laat, het blijft een uitdaging om continuïteit en voldoende deskundige medewerkers te behouden. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van de cliënt blijft gewaarborgd. Wanneer de cliënt zich onveilig voelt, loop je het risico dat de cliënt meer gevaarlijk gedrag gaat vertonen. Wanneer de administratieve taken, het doornemen van het stappenplan, evaluaties en extra overleg door de nieuwe wetgeving erbij komen, neemt de druk op de zorg en dus ook de risico’s nog meer toe. Tel daar de uitdaging bij op om geschikte mensen te vinden in de krapper wordende arbeidsmarkt bij op en zie hier de uitdaging.’

‘Dat er extra werk en administratieve rompslomp op ons afkomt is wel zeker. Zowel de zware als minder zware onvrijwillige zorg moeten we straks met het stappenplan gaan benaderen en alles zorgvuldig documenteren. Maar wat is lichte en wat is zware onvrijwillige zorg? De VGN (Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland) en Actiz maken zich er hard voor om hierin onderscheid te maken, zodat dit straks alleen in de zware situaties hoeft en de administratieve druk afneemt. Het zou mooi zijn wanneer het ECD ons straks ook kan ondersteunen om het een en ander zo eenvoudig mogelijk te maken en de professional te helpen met het stappenplan.’

Wat staat andere zorgorganisaties te wachten? Waar moeten ze nu mee beginnen?

  • ‘Wat ons goed heeft geholpen is een projectplan van zorgorganisatie ’s Heeren Loo’, vervolgt Maaike. Ook hebben ze een format voor een gap-analyse gemaakt. In dit format staan de belangrijkste onderwerpen van de Wet zorg en dwang. Naast deze onderwerpen kun je invullen wat je al doet op basis van de Bopz en wat je visie is. Door dit in te vullen zie je de ‘gaps’ en krijg je inzicht in wat je allemaal nog moet doen. Je kunt de gap-analyse ook gebruiken om te toetsen of je alles in het vizier hebt. Mocht je deze documenten willen ontvangen, stuur dan een mailtje naar d.van.den.bremer@adapcare.nl.’
  • ‘Op de websites van de VGN, Vilans en ‘Dwang in de zorg’, kun je de laatste ontwikkelingen volgen en factsheets en andere hulpmiddelen vinden die je als organisatie kunt inzetten om je voor te bereiden.’
  • ‘Daarnaast zou je de geeltjesmeting als voorbereiding kunnen toepassen. Dit houdt in dat je iedere keer wanneer je tijdens je dagelijkse werk denkt dat er sprake is van onvrijwillige zorg,  je dit op een Post-It geeltje schrijft. Plak dit op een groot bord en bespreek het met je team. Zo creëer je bewustwording en kun je met elkaar nadenken wat de beste manier is om het op te pakken.’

Wat je verder moet weten over de Wet zorg en dwang

  • Op dit moment vallen gedwongen opnames en gedwongen zorg voor mensen met psychogeriatrische aandoeningen of met een verstandelijke beperking onder de wet Bopz. Die wet is primair gericht op psychiatrische behandelingen in een psychiatrisch ziekenhuis. De nieuwe Wet zorg en dwang sluit beter aan bij de zorg voor mensen met psychogeriatrische aandoeningen of een verstandelijke beperking, waardoor ook mensen die hun wil niet (meer) kunnen uiten beschermd worden. 
  • De Wzd gaat niet alleen gelden in instellingen, maar bijvoorbeeld ook in de thuissituatie, logeeropvang en in kleinschalige woonvormen.
  • De kern van de wet is 'Nee, tenzij'. Het uitgangspunt is dat dwangmaatregelen niet thuis horen in de zorg voor ouderen en gehandicapten. Gevaarlijke situaties moeten altijd met vrijwillige zorg worden opgelost, ook bij ernstig probleemgedrag.
  • Het wetsvoorstel zorg en dwang regelt dat cliënten alleen zorg krijgen die in het zorgplan is opgenomen en waar de cliënt mee instemt. Komen de zorgverlener en de cliënt niet tot overeenstemming over vrijwillige zorg? Dan moet de zorgverlener een stappenplan ( https://www.vilans.nl/vilans/media/documents/publicaties/stappenplan-wet-zorg-en-dwang.pdf) doorlopen waardoor de situatie van de cliënt goed wordt geanalyseerd, alle alternatieven voor vrijwillige zorg worden bekeken, en externe deskundigheid wordt ingeschakeld. Als onvrijwillige zorg echt de enige manier is om 'ernstig nadeel' te voorkomen, is verantwoord toezicht verplicht bij de toepassing. Een cliënt kan niet in zijn vrijheid worden beperkt en vervolgens alleen worden gelaten.
  • De nieuwe wet regelt ook de opname van mensen met  een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperkingen in een zorginstelling, als zij daar zelf niet over kunnen beslissen (opname zonder instemming, zonder verzet) of als zij zelf weigeren terwijl een opname wel noodzakelijk is (gedwongen opname via een inbewaringstelling of een rechterlijke machtiging).
  • Vrijwillige zorg is het uitgangspunt. Het inzetten van onvrijwillige zorg is altijd een laatste redmiddel. Vrijwillige zorg moet vanzelfsprekend worden. 'Onvrijwillige zorg' is zorg waartegen de cliënt of zijn vertegenwoordiger zich verzet. Waar die uit bestaat lees je op:  https://www.dwangindezorg.nl/nieuwe-wetgeving/wet-zorg-en-dwang